skip to Main Content

… zijn kinderen, leerkrachten en ouders met plezier actieve deelnemer van het schoolgebeuren want ieders mening telt …

… is de ervaringswereld van de kinderen ons vertrekpunt om op een expressieve, communicatieve en creatieve manier de aangeboren onderzoeksmentaliteit aan te wakkeren. Is ons streefdoel kinderen te laten uitgroeien tot zelfbewuste wereldburgers, dit door hun eigen talenten en zelfkennis ten volle te laten evolueren …

… waken een groep toegewijde leerkrachten erover dat kinderen ontwikkelen volgens hun eigen talenten en knelpunten in een sfeer van vertrouwen en respect voor zichzelf, voor elkaar, voor de natuur en voor het milieu …

… werkt een enthousiaste team ononderbroken aan de uitbouw van een Freinetschool. Wij kiezen voor levenslang leren en scholen ons voortdurend bij. De leerkrachten werken collectief en coöperatief samen en dat wordt in alle aspecten van de school doorgevoerd …

… blijven we investeren en geloven in kinderen zolang ze kunnen groeien en aansluiting vinden bij de klasgroep. Als we in dialoog met alle betrokkenen vaststellen dat een andere oplossing beter is voor het kind, doen we er alles aan om deze oplossing waar te maken …

… groeien wij in één groep, in nauwe samenwerking met de onmiddellijke omgeving en de ons omringende natuur uit tot een evenwichtig persoon, met een gedifferentieerde en niet bevooroordeelde kijk op de wereld en de maatschappij …

… zijn ouders steeds welkom omdat zij aanzien worden als volwaardige participanten, zij nemen actief deel aan werkgroepen en kunnen meedenken over de verbetering van het schoolgebeuren in functie van de opvoeding en de ontwikkeling van al onze schoolkinderen …

… ouders komen mee tot aan de klas…
… de schoenen gaan uit, de pantoffels aan…
… bij regenweer staan onze regenlaarsjes klaar…
… geen lawaaierige refter maar samen met de leerkracht gezellig eten in de klas…
… alleen gezonde tussendoortjes, liefst zonder onafbreekbare afval…
… jarig? Ouders die willen, vieren de verjaardag mee in de klas…
… vanaf de tweede kleuterklas genieten van zwemlessen…
… tijdens de speeltijd spelen of fietsen op een ruim en groen terrein…
… kinderen kunnen naar hartelust hun energie kwijt…
… natuurexploratie en spel met de klasgenoten…
… een bruisende ouderwerking die zowel in de klas als in de school voelbaar is…
… na school kunnen de kinderen in de klas afgehaald worden, klasdagboek inkijken, muurkrant lezen, afsluitronde meebeleven…

Het onderwijs wordt opgebouwd op basis van datgene wat leeft bij de leerlingen.
De kinderen hebben de wens te onderzoeken, tonen initiatieven en laten die in de groep horen; gezamenlijk wordt daar onder begeleiding van de leerkracht een plan op gemaakt.
Het leerplan is gebaseerd op iets dat zinvol is om uit te zoeken.
De kinderen zoeken niets voor niets uit. Zo zijn ook zaken die nodig zijn maar niet een einddoel vormen – zoals bijvoorbeeld kunnen schrijven, kunnen spellen en een atlas kunnen hanteren – zinvol binnen de weg naar het doel. Het verhaal moet immers in de krant; de brief aan de burgemeester moet er goed uitzien en ik moet wel weten hoe ik moet fietsen..
Het leren gebeurt tastenderwijs.
Door handelend te onderzoeken, zonder in de eerste plaats uitgelegd te krijgen hoe iets werkt, verwerft het kind echt inzicht.
Opvoeding tot democratie.
Kinderen leren om samen op democratische basis hun groep/klas school te organiseren. Ze worden daardoor goed voorbereid op een democratische samenleving.

Freinetscholen Célèstin Freinet

Een freinetschool is een methodeschool die werkt volgens de pedagogie van Célestin Freinet (Frankrijk, 1896 – 1966) en is gegroeid op basis van een eigen klaspraktijk en ervaringsuitwisselingen van deze Franse onderwijzer|pedagoog met andere leerkrachten en beroemde pedagogen uit zijn tijd.

Freinetschool De Appeltuin te Leuven is de eerste freinetschool in Vlaanderen. Halfweg de jaren 90 startte het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap ook met een eerste freinetschool, namelijk Freinetschool Triangel te Booischot. Nu telt het GO! een 30-tal freinetscholen, waaronder ook Freinetschool De Zwierezwaai.

Kenmerkend voor een freinetschool is het respect dat er is voor de mening en eigenheid van kinderen, ouders en medewerkers. Behandel iedereen met respect, dan word je zelf ook respectvol behandeld. De school is een coöperatieve leef- en werkplaats waar iedereen serieus wordt genomen en samen de verantwoordelijkheid wordt gedragen. De opvoeding is dan ook gebaseerd op gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

In een freinetschool kan het kind gemotiveerd aan het werk, omdat hij zelf mee kan kiezen wat hij doet. Het kind wordt serieus genomen. De inhoud van datgene wat aan bod komt in de klas, wordt veelal bepaald door de ervaringen en belevingen van de kinderen. De groep – waar de leerkracht ook deel van uit maakt – zorgt er voor dat hier zinvol mee gewerkt kan worden.

Leren is niet opnemen wat anderen bedacht hebben, je leert pas echt als je al handelend experimenteelkunt zoeken en ontdekken en daar met anderen over kunt communiceren. De leraar bepaalt niet eenzijdig wat er gebeurt, maar de kinderen en de leerkracht plannen in democratisch|coöperatief overleg het werk. Geen school is dezelfde, dat geldt zeker voor freinetscholen. De overeenkomst zit in de uitgangspunten.

Freinet ontwikkelde heel wat werkvormen die deze uitgangspunten in de praktijk omzetten, ondertussen gekend als freinettechnieken. Het schrijven van en werken met ‘Vrije tekst’ is één van deze freinettechnieken. Vroeger was een drukpers het middel om het werk van kinderen te verspreiden. De drukpers wordt echter steeds meer ingehaald door de PC. ICT en de mogelijkheden daarvan nemen in een freinetschool een belangrijke plaats in. Toch wordt de drukpers niet afgezworen. Het is de manier om met een hele groep tesamen aan één tekst te werken.

Freinetleerkracht word je al doende en al zoekend en door regelmatig samenwerken en overleggen met collega’s. Naast het realiseren van de freinettechnieken in de klaspraktijk, wordt een freinetleerkracht doorkneed van zijn pedagogische visie. Freinet zelf legde zijn pedagogische ideeën vast in wat hij “invarianten” noemde. 30 pedagogische kenmerken vertolken Freinets inzichten over de aard van het kind, over de reacties van het kind en over de opvoedende technieken.

Freinet zelf legde zijn idee vast in wat hij “invarianten” noemde. “Invariant” is wiskundejargon en betekent: een onveranderd blijvende grootheid. Invarianten zijn dus onveranderlijke basisprincipes. De 30 invarianten vertolken Freinets inzichten over de aard van het kind, over de reacties van het kind en over de opvoedende technieken.
DE AARD VAN HET KIND

1. Kind en volwassene zijn gelijk van aard.
Enerzijds is het kind onwetend, onervaren en organisch zwakker, anderzijds beschikt het over een enorme levenskracht, maar leeft precies volgens dezelfde beginselen als de volwassene. Tussen beiden is geen verschil in natuur, alleen een verschil in graad.

2. Groter zijn betekent niet noodzakelijk superieur zijn.
Leef tussen je leerlingen. Zo kom je direct tot open opvoeding en sta je direct op gelijk niveau met de kinderen. Je ziet ze niet meer met de ogen van een pedagoog of van een baas, maar zoals een gewoon mens kinderen ziet.

3. Het gedrag van een kind op school toont de functie van zijn gestel, van zijn fysiologische en organische toestand.
Vergeet niet dat ook jij maar half werk levert als je hoofd- of kiespijn hebt, als je maag slecht verteert of als je hongerig bent. Span je in om de psychologische, psychische of sociale oorzaken van zijn gedrag te achterhalen.

DE REACTIES VAN HET KIND

4. Autoritaire bevelen wekken weerstand op.
Niemand werkt graag op bevel. Die weerstand is een fysiologische en psychologische reflex. Probeer eerder te verleiden dan te dwingen.

5. Niemand staat graag in het gelid.
De gevaarlijke verplichtingen zijn die welke de kinderen als zinloos aanvoelen. Bij werk of spel in groep, ook in de sport, wordt de vaste opstelling als noodzakelijk aangevoeld en schept ze geen problemen.

6. Niemand houdt ervan gedwongen te worden.
Niet het werk, maar het bevel wekt weerstand op. Men verleert het werken, de angst groeit, er ontstaat afkeer.

7. Zelfgekozen bezigheden geven meer voldoening.
De ambachtsman verkiest zijn vrij georganiseerde bezigheid boven het opgelegde fabrieksritme, zelfs wanneer hij op die manier harder en langer moet werken.

8. Niemand werkt graag zonder te weten waartoe zijn inspanning dient.

9. We moeten het werk motiveren.
Doen verlangen naar groei en kennis. Het kind schrijft met plezier een vrije tekst voor de klaskrant of een tekst voor zijn correspondent, of wanneer het drukt, schildert, wanneer het wetenschappelijke proefjes doet of een uiteenzetting voorbereidt.

10. Geen schools gedreun meer.
Breng opdrachten naar voor waar we allemaal belangstelling voor kunnen hebben, waarvoor leerlingen en leerkrachten zich samen willen inzetten, ook buiten de officiële schooltijd, tijdens de pauze, zonder op de klok te letten.
10 bis. Ieder mens wil slagen.
De mislukking remt en breekt het enthousiasme. Probeer je kinderen altijd te doen slagen. Pas de pedagogie toe die het de kinderen mogelijk maakt te slagen; laat ze taken en vrije teksten aanbieden waar ze met liefde aan gewerkt hebben, schilderijen en kleiwerkjes maken die meesterwerken zijn, uiteenzettingen geven die door het publiek met handgeklap worden beloond. 10 ter. Het werk, niet het spel, is de natuurlijke bezigheid van een kind.

OPVOEDENDE TECHNIEKEN

11. Het experimenteel zoeken is de normale, natuurlijke en universele weg tot verwerving.
Uitleg leidt tot een oppervlakkige, formele kennisverwerving die nooit dieper in het leven of in de omgeving van het individu ingrijpt; het experimenteel zoeken is absoluut noodzakelijk.

12. Het geheugen heeft slechts waarde wanneer het experimenteel zoeken dient.
In levend onderwijs is het geheugen slechts een technisch hulpmiddel.

13. Regels en wetten moeten het resultaat zijn van ervaring, waarneming en onderzoek.
Het verwerven van kennis gebeurt door de praktijk.

14. Intelligentie is geen gave die alleen op eigen kracht teert.
Intelligentie betekent: ontvankelijk zijn voor ervaringen.

15. De traditionele school cultiveert een abstracte vorm van intelligentie.
Er bestaan nog andere vormen van intelligentie, verschillend naargelang het uitgangspunt van het experimenteel zoeken dat als basis genomen wordt:
– de intelligentie van de handen, die voortvloeit uit de kwaliteiten waarmee men vat probeert te krijgen op de omgeving, om die om te vormen en te beheersen;
– de kunstintelligentie;
– de intelligentie van het gezond verstand;
– de speculatieve intelligentie, het genie van wetenschappelijke vorsers en grootmeesters van handel en industrie;
– de politieke en sociale intelligentie.

16. Een kind luistert niet graag naar “ex cathedra”-lessen.
Wanneer het kind van een eigen activiteit vertrekt, van een proefneming, een onderzoek, wat lectuur, dat het begint met gegevens uit de documentatiemappen te halen en ze te ordenen, zal het vanzelf vragen stellen over punten die hem boeien of nieuwsgierig maken. Geef dan het antwoord op zijn vragen: je komt tot wat we noemen de “les a posteriori”, een antwoord op een echte vraag, niet een verklaring zonder probleem.

17. Van levend, functioneel werk wordt een kind niet moe.
Wanneer een kind bezig is met een stuk werk dat aan zijn behoefte beantwoordt, wordt het niet moe.

18. Niemand – kind noch volwassene – houdt van controle en sancties, die steeds kwetsen.
Een moeder straft haar kind niet omdat het een woord verkeerd uitspreekt of omdat het valt bij het leren lopen. Ze weet vanzelf dat het kind van nature zijn best doet om te slagen. Het kind niet bestraffen, maar het helpen slagen, helpen het tekort in te halen, de moeilijkheid te overwinnen.

19. Cijfers en klasseringen zijn fout.
In de praktijk beperkt men zich tot wat meetbaar is. Een oefening, een som, een vraagstuk, een overhoring kan je betrekkelijk gemakkelijk beoordelen. Maar het begrijpen, de functie van de intelligentie, de creativiteit, het wetenschappelijke, de vindingrijkheid, de zin voor het artistieke, het historische, kan je niet afmeten en -wegen.

20. Praat zo weinig mogelijk.
Stromen uitleg dienen tot niets. Hoe minder we praten, hoe meer we doen. Wie heel aandachtig werkt, praat niet. We vormen onszelf niet door de uitleg en de bewijsvoeringen van anderen, maar door de eigen actie en door zelf te experimenteren.

21. Kinderen houden niet van kuddewerk.
Ze verkiezen individueel werk of groepswerk. Dit is een veroordeling van de traditionele schoolse praktijken, waarbij alle kinderen op hetzelfde ogenblik met hetzelfde bezig zijn. Of je ze nu per leeftijd of per afdeling samenzet, nooit zullen ze dezelfde behoeften of dezelfde aanleg hebben. In een groep werken of coöperatief werken, betekent niet noodzakelijk dat ieder lid van de groep hetzelfde werk doet. Het individu moet integendeel zoveel mogelijk zijn persoonlijkheid bewaren en ontwikkelen, maar die ten dienste stellen van de gemeenschap.

22. Orde en discipline zijn noodzakelijk in de klas.
Een klas die op hetzelfde moment met verschillend werk bezig is, heeft veel meer behoefte aan orde en gezag. De kinderen zullen zichzelf aan discipline onderwerpen omdat ze WILLEN werken en vooruitkomen volgens een regeling die aangepast is aan hun aard en aan hun werk.

23. Straffen zijn altijd fout.
Er is altijd vernedering, zelfs als het kind die vernedering verbergt achter trots of pocherij. Het is noodzakelijk de kinderen bij het werk van de klas te betrekken, hun interessen een kans te geven, hun scheppende behoeften te ontwikkelen en sancties overbodig te maken.

24. Het nieuwe schoolleven veronderstelt een aangepaste schoollokatie.
De muurkrant en de wekelijkse klasraad (een algemene vergadering) zijn de basistechnieken van een dergelijke samenwerking. De leerkracht moet zich integreren in de samenwerking.

25. Overbevolkte klassen zijn altijd pedagogisch fout.
Wel van belang daarentegen is de vorming in het kind van de mens van morgen. De nodige kwaliteiten hiervoor kan men niet verwerven of ontwikkelen in een anonieme groep. Ze kunnen zich slechts ontwikkelen wanneer er werkelijk gelegenheid is tot werken, tot individueel en sociaal optreden.

26. Grote schoolcomplexen leiden tot het anoniem naast elkaar leven van leerkrachten en leerlingen.
Belangrijk zijn kleine scholen waar de mensen elkaar kunnen leren kennen, waar de leerkrachten als vrienden met elkaar praten en de kinderen volgen in hun ontwikkeling.

27. De democratie van morgen wordt voorbereid door de democratie op school.
Zo kan de Moderne School door haar democratisch karakter en dus door haar voorbeeld, haar optreden en haar invloed de kinderen op de echte democratie voorbereiden.

28. Men kan slechts opvoeden in waardigheid.
Dat de leerkrachten de leerlingen respecteren en de leerlingen eerbied hebben voor hun leerkrachten

29. De pedagogische vernieuwing is een element van de maatschappijvernieuwing.
De reactie ertegen is evenzeer een element van sociale en politieke reactie en is niet te vermijden.

30. Om vooruit te komen, moet men geloven in het leven, in een toekomst voor iedereen.

Het Freinetonderwijs werkt met een aantal speciale onderwijstechnieken, waarbij het tevens mogelijk is de leerling geïndividualiseerd onderwijs te geven. Daarnaast blijft er vanwege de samenwerking met anderen ruimte voor een socialiserende opvoeding.
Ronde | Klasraad
De ronde | klasraad is het uitgangspunt van ons onderwijs.In de praatronde | klasraad komen teksten en verhalen van de kinderen aan bod, worden meegebrachte spullen getoond en het nieuws besproken. Bovendien worden verslagen en werkstukken gepresenteerd én beoordeeld en is er ruimte voor klachten, felicitaties en vragen te behandelen.Niet onbelangrijk is dat er taken worden verdeeld, bijvoorbeeld het onderhouden van de patio of de klassendienst.De praatronde wordt voorgezeten door één van de kinderen. Besluiten worden zoveel mogelijk democratisch genomen en afspraken met betrekking tot het dag|weekplan worden gemaakt. De kinderen leren op deze manier communiceren, organiseren, argumenteren, verantwoordelijkheid af te leggen.Voortdurend is er aandacht voor het taalgebruik, de werkhouding en omgangsvormen.
Kinderparlement
Het kinderparlement komt tweewekelijks bij elkaar.Hier worden alle zaken besproken die de hele school aangaan. Twee kinderen uit elke groep en de directeur nemen deel aan het kinderparlement, die wordt gestuurd door een leerkracht. Er wordt vergadertechnisch hetzelfde gewerkt als in de klasraad.
Vrije tekst
‘Zeggen en schrijven wat je op je hart hebt’Het is van belang dat kinderen geleerd wordt datgene op te schrijven wat ze bezighoudt. Op die manier maken ze een ander deelgenoot van hun gedachtes, fantasieën of ervaringen.Deze geschreven teksten worden ingepast in het onderwijs: het leren lezen, een spellingregel toepassen, expressieactiviteiten en het vrije onderzoek.Bij de kleuters is de voorloper van de vrije tekst de vrije tekening. In hun leefboek wordt een verhaal door henzelf geschetst waar de leerkracht dan een geschreven boodschap door het kind uitgesproken aan toevoegt. Af en toe worden er ook al woorden gestempeld, geschreven = ontluikende geletterdheid.Bovendien wordt in iedere leefgroep door de kinderen een klaskrant of dagboek samengesteld waarbij de laatste nieuwtjes, ontdekkingen en onderzoeken een brug maken naar de buitenwereld (ouders, grootouders…).
Natuurlijk leren lezen
Het uitgangspunt voor het leren lezen zijn de, uit ervaringen van kinderen, gekozen woorden en zinnen.In de jongste groepen begint dat al met ontluikende geletterdheid. Kleuters ontdekken dat er een verband is tussen gesproken en geschreven taal. Via het benoemen van plaatjes, verhaaltjes navertellen en het voorzichtig schrijven van de eigen naam ontwikkelt het jonge kind zich naar beginnende geletterdheid.In het eerste leerjaar vormt een woord het uitgangspunt om een korte zin te maken en te lezen. Van belang is dat kinderen vanuit een behoefte om met anderen te communiceren tot lezen en schrijven komen. Op een natuurlijke manier.
Vrije onderzoek
In het Freinetonderwijs is het vrije onderzoek een belangrijk vormingsgebied.Naar aanleiding van een vraag uit de groepsvergadering uit zich dat in vrije individuele onderzoeken of in meer gebonden groepsthema’s.In ontdekhoeken prikkelen we de nieuwsgierigheid en “bouwen” we aan een thema door de materialen en vondsten te tonen die kinderen in de loop van een project aandragen.Behalve kennis, is het minstens zo belangrijk kinderen een onderzoekende houding (leermotivatie) bij te brengen. Die krijgen ze door naar elkaars teksten en verhalen te luisteren, vragen te stellen, zelf waar te nemen, te experimenteren, verbanden te leggen en op zoek te gaan naar antwoorden in het documentatiecentrum. Dit kan aanleiding zijn tot het doen van gericht onderzoek en ontdekkingen, die kunnen worden vastgelegd in een verslag, een werkstuk, een album, een tentoonstelling of een spreekbeurt.Kinderen doen ook onderzoek buiten de school onder leiding van de groepsleerkracht en ouder(s). Ook tussentijdse excursies naar een museum, theater, boerderij, bedrijf of organisatie vinden plaats. Zo leert het kind de wereld om zich heen te ontdekken.
Vrije expressie
In het vrije creatieve werk leert een kind op een natuurlijke manier de technieken van verschillende expressievormen.Enerzijds door ze de gelegenheid te geven vrij te werken en materiaal te verkennen, anderzijds door de kinderen technieken en vaardigheden aan te bieden, waardoor steeds nieuwe mogelijkheden worden ervaren.Dit wordt niet alleen met handvaardigheid gedaan, maar ook met drama, muziek, beweging en film.Expressie is van grote waarde in de ontwikkeling een evenwichtige volwassene te worden.
Levend rekenen
Aan veel activiteiten in de ronde en ontdekkingen die kinderen doen, zitten reken- en wiskundeaspecten.Als de leerkracht deze tot een gezamenlijke rekenactiviteit maakt, onderzoeken kinderen de wiskundige kant van hun leef- en belevingswereld. Er wordt veel belang gehecht aan de echtheid van het rekenen. Er wordt geteld en vergeleken, gemeten en geschat. Van de maat van schoenen tot de waarde van verschillende knikkers, de grootte van het veldje naast de school…
Instructief spoor
Wat kinderen niet zelf aanbrengen in de ronde, tijdens hoekenwerk moet worden onderwezen door de leerkracht.
Atelier
Op regelmatige tijden worden er ateliers georganiseerd rond een bepaald onderwerp of thema. Deze verlopen klasdoorbrekend. Dit wil zeggen dat kinderen van alle leeftijden samenwerken. De kinderen kiezen naar eigen interesse één van de voorgestelde ateliers.
Onze school maken we samen!

We zijn immers samen verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind.

Een harmonieuze ontwikkeling veronderstelt dat school en thuis bij elkaar aansluiten en dat erwederzijdse openheid bestaat.
Daarom betrekken we de ouders van onze leerlingen nauw bij de schoolwerking.
Wanneer ouders actief participeren in het schoolgebeuren ontstaat er bovendien niet alleen een vertrouwensband tussen ouders en leerkrachten maar ook tussen ouders onderling en tussen ouders en andere kinderen. Zo voelen ouders zich mee verantwoordelijk voor de groepswerking en het welbevinden van alle kinderen van de klas. Actief meewerken en meedenken is onontbeerlijk.
Zonder hulp van ouders is Freinetonderwijs niet realiseerbaar.
De schoolraad

Deze wordt bevolkt door ouders, leerkrachten en gecoöpteerden. De leden worden verkozen voor een periode van 4 jaar.
De schoolraad heeft volgende bevoegdheden:

Advies aan de directeur inzake
– de algemene organisatie van de school;
– de werving van leerlingen of cursisten;
– de organisatie van extra muros-activiteiten en parascolaire activiteiten;
– het schoolbudget;
– het schoolwerkplan.
Advies aan de raad van bestuur en de algemeen directeur inzake
– de toewijzing van het mandaat van directeur;
– de schoolinfrastructuur;
– de organisatie van het leerlingenvervoer.
Overleg met de directeur inzake
– het vastleggen van de criteria voor de aanwending van het lestijdenpakket;
– de organisatie van de niet-lesgebonden opdrachten;
– welzijn en veiligheid op de school;
– het schoolreglement.
De ouderwerkgroepen

In het schooljaar 2013 – 2014 konden de ouders intekenen voor een specifieke werkgroep. Alle contactgegevens van de ouders werden per werkgroep gecatalogeerd en gemakkelijk raadpleegbaar ter beschikking van de leerkrachten gesteld.

Onze werkgroepen bestaan uit ouders en een contactpersoon uit het pedagogisch team. Die contactpersoon wordt ook uitgenodigd op de vergaderingen van de werkgroep. Hij of zij neemt noodzakelijke zaken mee naar het pedagogisch team en omgekeerd.

Volgende werkgroepen (met korte omschrijving en leden) opereren dit jaar:
Het oudercomité

Ondertussen vertoeven er meer dan 100 leerlingen in de Zwierezwaai. Het doel van het oudercomité is bruggen te bouwen tussen directie, leerkrachten en ouders. Zij streven ook naar het vergroten van de betrokkenheid van de ouders bij de school. Een concreet voorbeeld hiervan is het oprichten van de verschillende werkgroepen zodat ouders zich doelgericht kunnen engageren om samen ‘school te bouwen’.

Op die manier proberen ze alle mogelijke initiatieven te ontwikkelen om de banden tussen de ouders, de kinderen en het schoolteam te versterken.

Daarnaast kaarten ze praktische problemen en bekommernissen van allerlei aard aan en zoeken ze, samen met directie en leerkrachten, naar een oplossing. Leen Bosschaert en Kirsten De Boer zijn vertegenwoordigd in deze werkgroep.
Het mediatheekteam

Er is al een start gemaakt, maar een bibliotheek is meer dan alleen maar boeken op de plank. De leerlingen van de Zwierezwaai moeten ook wat met die boeken doen!

In een eerste fase worden ze aantrekkelijk opgesteld, maar ook de mogelijkheid om boeken te lenen wordt uitgewerkt.

Een deel van de opbrengst van feesten, wafelverkoop,… gaat naar het verrijken van het boekenaanbod.
Het MOS-team

Dit is een groep ouders die, net zoals wij, van de natuur houden en een handje willen toesteken om ook onze kinderen bewust te maken voor de rijkdom die de natuur ons biedt. Afgelopen jaar werkten we vooral rond afvalpreventie. Op onze school proberen we de afvalberg zo klein mogelijk te houden door de kinderen drinkbussen te laten meenemen. Maar we legden eveneens een moestuintje/kruidentuintje aan en we composteren ons groenafval, bladeren en gazonmaaisel. Met de steun van kleuterjuf Carmen ijveren we dit jaar zelfs voor een MOS-logo!
Klusteam ‘helpende handen’

Dit zijn de mensen die in de eerste plaats zeker aanwezig kunnen zijn op de ‘klusdagen’ verspreid over heel het jaar. De directeur van de school legt in samenspraak met de leerkrachten data vast en verzamelt de klussen. Voorstellen vanuit het klusteam zelf worden uiteraard mee in het takenpakket opgenomen.
Kriebelteam

Dit team bestaat uit een aantal vrijwillige ouders die op een efficiënte manier hoofden controleren op de aanwezigheid van luizen en of eitjes van luizen. De taak van de ‘luizenpluizers’ bestaat dus uit controleren – signaleren – melden. Achteraf neemt de school de nodige stappen om eventuele problemen aan te pakken.
Het uitstappenteam

Dit is een groep enthousiaste ouders die bereid zijn om samen met de klas op uitstap te gaan. Zij begeleiden samen met de leerkrachten de kinderen op de bus, onderweg op het voetpad en ter plekke. Eventuele voorstellen van dit team m.b.t. het maken van een uitstap worden besproken op personeelsvergaderingen met de directeur en de leerkrachten.
Het feestcomité

Deze groep van ouders bedenkt activiteiten die doorgaan op het schooldomein. De opbrengst van deze activiteiten wordt aangewend om speel- en schoolmateriaal aan te kopen.

Doch schuilt er nog een andere meerwaarde in het organiseren van deze activiteiten: het samenbrengen van ouders, waardoor (nieuwe) ouders de mogelijkheid krijgen om elkaar beter te leren kennen.
Op de werkvloer

Het komt voor dat ouders niet enkel als toeschouwer aan de zijlijn, maar ook als participant op de klasvloer ingeschakeld worden. Het is van groot belang dat we hier goede afspraken over maken. In onderstaande tabel verduidelijken we de verantwoordelijkheden die hierbij komen kijken:
VERANTWOORDELIJKHEID LEERKRACHT OUDER OP DE KLASVLOER

pedagogische en didactische verant- woordelijkheid;

organiseren lessen(rooster);

toetsen verbeteren/evalueren;

verlengde instructie/differentiatie or- ganiseren;

observeren van kinderen;

eindverantwoordelijke;

beheren van en omgaan met vertrouwelijke informatie

betrokkenheid (informeel klasbezoek);

(voor)lezen;

ondersteunen/begeleiden in de klas (ateliers, workshop, kookactiviteit, klastuin, …)

op een speelse wijze leerstof oefenen met (een groepje) kinderen (tafels,…);

de ronde bijwonen;

adviseren (vb.: uitstap)
Andere vormen van ouderparticipatie

Deze (groepen van) ouders willen zich ook engageren voor de school en zetten zich met plezier in voor de meest uiteenlopende taken:
fietscontrole

Eén of of meerdere ouders die maandelijks eens langskomen om onze fietsen na te kijken en kleine herstellingen uit te voeren.
leesouders

Ouders die overdag tijd vrij maken om in samenspraak met Gertje (zorgleerkracht) en de klasleerkracht enkele leerlingen te begeleiden bij het lezen van een boek. De momenten waarop dit gebeurt worden vastgelegd in samenspraak met de klasleerkrachten.

fietsouders

Samen met de leerkrachten leerlingen van de tweede en de derde graad begeleiden tijdens fietstochten (op woensdagen en bij uitstappen)
Wasouders

Handdoeken van de klas wassen (éénmalig: volgens een jaarplan)
tuinouders

verantwoordelijk voor het perceel van de klas.
begeleiden van uitstappen (toneel,…)

Deze ouders begeleiden samen met de leerkrachten de leerlingen naar extra-murosactiviteiten.
fruitouders

Ophalen van fruit op de tuinbouwschool
Soepouders

Soep maken voor de klas.

Bij de start van het schooljaar kunnen de ouders zich opgeven voor één of meerdere vormen van ouderparticipatie.

Maar ouders dragen niet enkel hun steentje bij in een werkgroep, soms kunnen we ook eenmalig rekenen op hun expertise. Denken we daarbij aan ouders die kunnen lassen, aan houtbewerking doen, decorbouwers,… Kortom: ouderparticipatie is een ruim begrip.

Back To Top
×Close search
Zoeken